zondag 23 oktober 2011

Jump!

Ik beken. Ik heb vannacht, toen ie na zijn maaltijd onophoudelijk bleef krijsen, ‘lastig kind’ naar hem geroepen. Het spijt me verschrikkelijk, ik ben een intolerante moeder, maar ik pleit verzachtende omstandigheden. Mijn kleine vent zit namelijk al een paar dagen niet bepaald lekker in zijn zijdezachte babyvelletje. Hij huilt zonder standaardreden zoals honger, slaap of een vuile pamper. Hij wil de hele tijd opgepakt worden, slaapt alleen dicht tegen me aan in de draagzak en is behoorlijk onverzadigbaar. Ik voel me net een melkfabriekje.

Nu, volgens de babybijbel ‘Oei, ik groei!’ wijzen die signalen erop dat ie zijn allereerste groeisprongetje doormaakt. “Een sprong is een plotselinge verandering in de mentale ontwikkeling van je baby. Hij kondigt een vooruitgang aan. Sprongen komen bij alle gezonde kids op ongeveer dezelfde leeftijd voor, bij de één heviger dan bij de ander. Ze gaan gepaard met hersenveranderingen die een nieuw waarnemingsvermogen met zich meebrengen. Een sprong kent twee fasen. De eerste is de lastige periode, gekenmerkt door de drie H’s: hierin is een kind hangeriger, huileriger en humeuriger dan je van hem gewend bent. De vooruitgang van je baby kan stilstaan of zelfs een achteruitgang worden. Ouders kunnen zich zorgen maken of zich gaan ergeren.” Aha! Daar heb je het! Mijn af te keuren gedrag is in zekere zin aanvaardbaar, of toch op zijn minst begrijpelijk. Al mag het nooit meer gebeuren, want er is dus ook nog die tweede fase. “Die waarin baby’s nieuwe dingen ontdekken of oude dingen anders doen. Zo kunnen ze na deze sensaties-sprong écht naar iets kijken, reageren op geuren en aanrakingen, sociaal glimlachen en langer wakker zijn. Er gaat met andere woorden een volledig nieuwe wereld voor hen open. Die wereld is best eng en hij heeft jou dus nodig om de sprong makkelijker te maken en er het maximale uit te halen…”

Et voilà, zo leren we allebei ons lesje. De ene weliswaar iets meer in stilte dan de andere.

maandag 17 oktober 2011

Labels

Mijn kind loslaten. Het is op dit moment nog niet echt aan de orde, maar ik weet nu al dat ik het niet ga kunnen omdat ik het niet ga willen. Zelfkennis is het begin van alle wijsheid, weet je wel. En lezen is dat ook. Zo pikte ik onlangs in DS Magazine een klinkende naam op voor bovenstaande tekortkoming: velcro-ouder. Het bewuste artikel was gebaseerd op de bevindingen van ene Lori Gottlieb, een Amerikaanse psychologe. “Velcro-ouders”, zo zegt de vrouw, “zijn ongelukkige en angstige ouders met het narcisme en de hulpeloosheid van een kind. Ze verhinderen hun kinderen om ongelukkig te zijn. Ze behoeden hen voor ieder gevoel van frustratie, angst en ontgoocheling en daardoor wordt hun nageslacht later ongelukkig.”

Pfff. Na het labelen van kids (ADHD’er, autistisch, dyslectisch,…) is het nu dus de beurt aan ouders om een etiket opgeplakt te krijgen. Dankuwel daarvoor Miss Gottlieb, al heb ik toch nog een paar vraagjes omtrent uw revolutionaire bevindingen. Is het zo gek dat ik mijn kind troost wanneer het weent? Crazy dat ik het geen uren op zijn eten laat wachten? Gaga dat ik in zijn buurt blijf zodat ie niet van de verzorgingstafel rolt? Zot dat ik bij elk nachtelijk gilletje van hem wakker schiet? Abnormaal dat ik de dokter bel zodra ie koorts maakt? Met andere woorden: moet je nu ook al voorzichtig zijn in de liefde? Is het echt noodzakelijk dat de bezorgdheid om je kind getemperd wordt? Kan u trouwens definiëren hoeveel liefde en bezorgdheid genoeg is en hoeveel net te veel? Wat is te veel trouwens? En is te veel niet beter dan te weinig?

Beste Lori, ik weet te midden van al die door u gezaaide onzekerheid tenminste één ding zeker: een gelukkig kind maakt gelukkige ouders (en omgekeerd). Dat zou u inderdaad als een vorm van egoïsme of zelfs narcisme kunnen bestempelen. Maar liever een velcro-mama dan een teflon-moeder. Zo hebben we er bovendien meteen een gloednieuw label bij. Iets wat u- ondanks mijn scherpe kritiek- wel zal bevallen, vermoed ik.

zondag 9 oktober 2011

Happy Birthday to...

Ik was jarig onlangs. En verjaardagen verdienen een cadeautje. Meerdere cadeautjes zelfs. Dat weet het kleinste kind. Maar wat koop je voor iemand die alles (zelfs dat kind) al heeft? Niks dus, zo heeft de praktijk uitgewezen. Ik mocht ze uitpakken (want dat kan het kind nog niet), maar zowat alle geschenken waren bestemd voor mijn baby. Diezelfde baby was uiteraard ook de ster, de vedette, het absolute middelpunt van mijn feest. Tussen het prikken van olijven en het nippen aan cava door, ging de kleine koning van arm tot arm. Oeh’s en ah’s vulden de kamer. Mijn vriendinnen, zijn suikertantes, kirden van plezier en glommen van trots. Ik, zijn mama, zat erbij, keek ernaar en genoot- ondanks het ontbreken van geschenken- intens van dit tafereel.

Al moest het beste van de avond toen zogezegd nog komen: het dinertje buitenshuis. Weg van de pampers en de borstvoeding, lekker eten, goeie gesprekken,… Ik zag het heel even volledig zitten. Tot we onze straat uitreden om precies te zijn. Daar heb ik het eerste bericht naar de babysit van dienst (mijn eigen mama) gestuurd en er zijn er nog vele gevolgd. Want ook al ging de aandacht van de genodigden in het restaurant nu wel volledig naar mij, mijn eigen concentratie ging, voor, tijdens en na elke hap naar het beste cadeau dat ik ooit gekregen heb. Dat dateert van een andere heuglijke dag: 12 augustus. De geboorte- en bijgevolg, jawel, verjaardag van mijn zoon. Mmm… als ik het zo bekijk, staan we dus toch quitte wat de presentjes betreft.

maandag 3 oktober 2011

Hij is de baas!

Vroeger had ik de touwtjes stevig in handen. Mijn hele leven werd netjes gepland, de timing zat botoxstrak. Elke milliseconde moest en zou optimaal gebruikt worden. Want iedere dag, zelfs een vrije, beschouwde ik als een werkdag. Maar ja, dat was vroeger dus. Voor ik mama werd. Tegenwoordig ziet dat leven van mij er lichtjes anders uit. Een kind van amper twee maanden dicteert de wet nu. Hij en niemand anders bepaalt het tempo en de dagindeling. Een dagindeling die standaard bestaat uit volgende elementen: voeden- verversen- troosten- knuffelen. Niet noodzakelijk in die volgorde, wel noodzakelijk honderd keer opnieuw. En het telkens weer herhalen van die simpele routine werkt- in tegenstelling tot wat ik verwacht had- enorm verfrissend. De stress is weg. Het kopke is leeg. De wereld openbaart zich eindelijk vanuit het juiste perspectief.

Het kost mij bovendien geen enkele moeite om mijn eigen behoeften en ambities opzij te schuiven. Ik laat mij gewillig en met veel plezier leiden door het liefste dictatortje van de hele wereld. Qué sera sera, da’s mijn levensmotto geworden. Lukt het vandaag niet om een taak af te werken of wat me-time in te lassen, dan is morgen ook nog goed. Of overmorgen. Of volgende week. Ik heb uiteindelijk toch maar één opdracht die er écht toe doet: mijn kleine man intens gelukkig maken. Oh ja, en mijn zwangerschapsverlof loopt nog een eeuwigheid. Dat is ook geen onbelangrijk detail.

maandag 26 september 2011

Looooooooove!

Soms lijkt het alsof een nummer op de radio niet voor een anonieme massa, maar speciaal voor jou gedraaid wordt. Omdat het de sublimatie is van alles wat je denkt en voelt op dat moment. Vanochtend was het nog eens zover. “I feel love” van Donna Summer werd de ether ingegooid en baande zich vervolgens een weg recht naar mijn hart. En naar mijn traanklieren. Nochtans, hoewel het gerust als een toplied geklasseerd mag worden, is het nu ook weer niet van die aard dat je er spontaan van begint te huilen. Maar ik bleit nu eenmaal voor het minste tegenwoordig. Puur van geluk. Omdat ik- sorry op voorhand voor zo veel meligheid, maar het is de waarheid- iedereen zo graag zie en iedereen mij graag ziet. Of zo lijkt het tenminste. I feel love dus. Liefde die zich toont in heel wat verschillende gedaantes. Klassiek verpakt als een kus of een knuffel. Of vermomd als een cadeau of een spaarcentje voor mijn kleine vent. Liefde ook van mensen die ik nauwelijks ken of zelfs nooit eerder ontmoet heb. Mensen die mij en ons nieuwe gezinnetje een warm hart toedragen en dat tonen met een mooie boodschap op een kaartje, een envelop met wat geld in of zoals die ene, bijzondere man uit mijn straat: met een zelfgecomponeerd, gepersonaliseerd wiegeliedje.

Tuurlijk hadden ze het niet moeten doen blabla enzoverderenzovoort, maar ze zijn wel meer dan gewoon bedankt. Want zij (én Finn natuurlijk!) maken van mij de gelukkigste vrouw ter wereld. Dat verdient nog een traantje, me dunkt.

zondag 18 september 2011

Alles wat je dus wél moet weten over de keizersnede

De pijn is verdwenen, het litteken blijft. Al wordt ook dat met de dag minder zichtbaar. Ik zal deze ruimte dus niet gebruiken om mezelf te beklagen, wel om een enorm misverstand uit de wereld te helpen. Een misverstand dat ik– zij het geheel onbewust- mee in stand gehouden heb. Lees mijn column van een paar weken geleden er maar eens op na. Vol ontgoocheling vertelde ik daarin dat mijn baby in stuit lag en dat ik onmogelijk op natuurlijke wijze zou kunnen bevallen. Vreselijk vond ik dat toen. Ik zou immers nooit weten wat een wee is, hoe het voelt om een kind uit je lijf te persen en ook het eeuwige respect van mijn lief zou mij ontzegd worden. Want bij een keizersnede voel je niks en al het werk wordt voor jou gedaan. Een luxe-bevalling met andere woorden.

Yeah right! Hoe komt het dat lotgenoten de échte waarheid over een sectio zo lang hebben kunnen verzwijgen? Waarom heeft niemand mij verteld dat je, ondanks de epidurale verdoving, ‘voelt’ dat er gesneden en vooral keihard geduwd en getrokken wordt? Alsof de dokter elk moment triomfantelijk je ingewanden in plaats van je baby uit je buikholte zal halen. Zeker als het kind, zoals bij mij, door (in dit geval compleet overbodige) weeën en ontsluiting al flink is ingedaald. Waarom bereidt niemand je voor op de confrontatie met natuurlijk bevallen vrouwen die de dag erna alweer stralend door de gang schrijden, terwijl jij nog lang niet uit je bed geraakt? Lachen, niezen, hoesten en plassen tarten je- eigenlijk niet meer bestaande- buikspieren. En elke beweging lijkt je wonde weer te gaan openrijten... Behoorlijk onaangenaam allemaal, maar ach, ook hier geldt: zodra je je kleintje in je armen houdt, denk je niet meer aan die pijn. En da’s waarschijnlijk ook meteen het antwoord op mijn prangende vragen. Moeders ‘vergeten’ simpelweg welke hel er aan hun hemel vooraf is gegaan.

zaterdag 10 september 2011

Erika IS mama

Ha, nergens beter dan thuis. Niet omdat ik daar echt mezelf kan zijn of godbetert omdat mijn Stella daar staat. Maar omdat mijn Finn daar ligt.
48 cm groot, nog geen 3 kilo dik en toch al de man van mijn leven. Het mooiste kind ter wereld ook, al heb ik- eerlijk is eerlijk- nog niet deftig kunnen vergelijken. Sinds mijn kleine man het ziekenhuis geruild heeft voor huize Schelfhout-Van Tielen, ben ik amper buiten geweest. Van verveling is evenwel geen sprake. “Time flies when you’re having fun“, dat wist ik al. “And also when you have babies”, dat heb ik bijgeleerd. Voeg die twee voorwaarden samen en je begrijpt dat ik geen flauw benul meer heb welke dag van de week het is. Wat ik zou gedaan hebben, mocht mijn kleine ventje er niet geweest zijn. En hoe mensen zonder kinderen hun dagen überhaupt gevuld krijgen.
Ik ben vanochtend opgestaan om 9u, ondertussen is het 17u ‘s middags. Dat zijn 8 volle uren oftewel een gemiddelde werkdag. Een zee van tijd zou je denken. Maar niks is minder waar. Want tussen alle voedingen, pamperwissels en troostmomenten door, ben ik er niet in geslaagd om meer te doen dan een douche te nemen en een boterham te eten. En nu probeer ik- met de kreuntjes van mijn kind en het zich altijd maar herhalende deuntje van zijn mobiel op de achtergrond- deze column tot een goed einde te brengen. Iets wat zowaar lijkt te lukken. Dat geeft moed. Net als die uitspraak van mijn gynaecologe eerder deze week, toen ik een kwartier te laat in haar praktijk arriveerde (omdat Finn net voor vertrek besloot om kaka te doen tegen de muur in plaats van in zijn pamper!). “Ach, jij bent er tenminste!”, zei ze. “Er zijn vrouwen die zo worstelen met het vinden van een nieuwe routine, dat ze hier niet eens geraken.”
(for the record: het is 19u ondertussen)