zondag 24 juli 2011

Ta boe or not ta boe

Vreemd toch hoe zwangere vrouwen en hun omgeving alle schaamte en gêne verliezen. Aambeien, constipatie, diarree, anale en vaginale scheuren en knipjes, bloeduitstortingen, oedeem, striemen, gebrekkige bekkenbodemspieren, instabiele bekkens,… Afwijkingen waar normaal gezien met geen woord over gerept wordt, zijn tegenwoordig het geliefkoosde onderwerp van heel wat gesprekken. Geen enkele intimiteit wordt geschuwd, taboes bestaan niet meer. Fijn, zou je denken, zo zou het altijd moeten zijn. Want praten helpt en neemt de onwetendheid weg, niet?

Juist ja, maar er zijn grenzen en de mijne zijn bij deze onherroeplijk bereikt. Meer nog, ze zijn overschreden. Ik zweer het, als er nog één iemand- hoe goed bedoeld ook- zijn gruwelijke zwangerschapskwalen of horrorbevallingstaferelen in geuren en kleuren begint te vertellen, sta ik niet langer in voor de gevolgen. Ik vraag daarnaast ook met aandrang om geen enkel babyboek met ‘wijze’ raad meer onder mijn neus te duwen. Je wordt er banger in plaats van slimmer van.

Ach, noem het struisvogelgedrag, maar ik hoef het even allemaal niet meer te zien of te horen. Deze zwangere vrouw heeft namelijk nog altijd nergens last van en wil zich daar niet langer voor schamen, laat staan excuseren. Oké, het zou best kunnen dat mijn lijf de laatste weken nog aan een smerige inhaalbeweging begint. En dat mijn bevalling zelf zo onnoemelijk zwaar wordt, dat de tijdens mijn draagperiode opgestapelde vreugde in één klap teniet gedaan wordt. Maar zelfs dan wil ik daar nu niet aan denken. Go with the flow, is ook hier mijn motto. Of om het op z’n Jean Luc Dehaenes te zeggen: we zullen de problemen wel oplossen als ze zich stellen. Klaag, zaag en panikeer dus rustig verder. Als je mij nodig hebt om op de valreep iets positiefs over zwanger zijn en bevallen te melden, zoek dan naar mijn (bescheiden) dikke buik. Mijn hoofd steekt in de grond.

zondag 17 juli 2011

Music maestro

Muzikale opvoeding begint in de buik. Een concertje meepikken hier, een festivalbezoekje daar. De iPod volgestouwd met de beste zomertunes, de koptelefoon op mijn buik in plaats van op mijn oren. En als prenataal cadeautje een allereerste bandshirt. Van de Beatles dan nog wel.

Om maar te zeggen: of het later nu flik, brandweerman, schoonmaakster of hersenchirurg wordt, mijn kleintje moet en zal daarnaast een grote muziekliefhebber zijn. En goeie smaak is helaas niet te koop. Die heb je of die heb je niet… dankzij je ouders. Of in ieder geval dankzij één van beiden. Want mijn lief is in dit specifieke geval misschien toch niet de juiste man op de juiste plaats. Toegegeven, hij heeft zijn heldere momenten. Dan gaat hij met plezier mee naar een optreden van Eels of verrast hij mij met een geweldige aankoop op iTunes. Maar het merendeel van de tijd draait hij pretentieloze popplaatjes van Sheryl Crow, steekt hij de loftrompet over Rob De Nijs en wil hij naar concerten van Marco Borsato. Niet dramatisch (ik besef dat er ook wederhelften zijn die in hun vrije tijd naar het Schlagerfestival gaan of de nieuwste van Nickelback vrolijk meekwelen), wel onvoldoende. Hoewel onze baby zeker naar dat soort deuntjes mag luisteren, wil ik toch dat hij uiteindelijk een veel breder smakenpalet ontwikkelt.

Zo leerden mijn eigen ouders me al snel dat er naast kinder- en tienermuziek nog een heel ander gamma voorradig was. Prince, de Kinks, de Stones… ik ben blij dat ze deel uitmaakten van mijn opvoeding, ook al kon ik ze destijds nog niet echt naar waarde schatten. Precies dat uitgebreide referentiekader wil ik op mijn beurt verder doorgeven. De traditionele Plop-, Bumba- of K3-periode zal ik er niet mee kunnen vermijden (en voor alle duidelijkheid: dat hoeft ook niet!), maar de definitieve ‘schade’ aan de muzieksmaak van mijn mini-me zal wel beperkt blijven. Voor papa daarentegen komt alle hulp te laat, vrees ik.

maandag 11 juli 2011

Superwoman

Ken je dat moment? Het moment nét voor je moet presteren? Dat welbepaalde punt in de tijd waarop je, hoewel de zenuwen gespannen staan, nog heel even ongenaakbaar bent en de toekomst alleen maar perfectie verraadt? Heerlijk, toch?

Jammer genoeg blijken dat soort visualiseringen vaker niet dan wel goede voorspellingen te zijn. De uitvoering in de praktijk doet meestal gigantisch onder voor diegene die je in gedachten had. Mijn recente trip voor Vlaanderen Vakantieland naar de States is daarvan een tragisch mooi voorbeeld. Tot op de ochtend van de eerste draaidag praatte ik mezelf aan dat ik drie weken lang even hard zou kunnen werken en dat het resultaat van mijn arbeid even straf zou zijn als voor mijn zwangerschap. Mmm.. mooi niet dus. Het liep al meteen grondig fout. Presentaties en interviews leden onder beginnende zwangerschapsdementie en de combinatie hittegolf/ acuut gebrek aan slaap was ook niet bepaald bevordelijk voor een vlot verloop van de werkzaamheden. Serieus vloeken op mezelf, dat was zowat het enige waarin ik uitblonk die eerste dag. De dagen daarop ging het af en toe iets beter. Ik herinner mij zelfs een paar heldere, bijna verlichte momenten. Stukjes tekst bijvoorbeeld die er in één take op stonden. Babbels die zo vloeiend als een plasje gevoerd werden. Of verplaatsingen die zonder dutje passeerden. Maar hoe hard ik ook mijn best deed, een zware terugval heb ik niet kunnen vermijden. Het klassieke dipje (in dit geval een eufemisme voor totale crash) kwam, zag en overwon triomfantelijk. Tranen met tuiten werden gehuild om het besef dat ik dan toch niet de supervrouw ben die ik zo graag wilde zijn.

Gelukkig heb ik mij ondertussen ook nog iets anders en veel belangrijkers gerealiseerd: je eigen zwaktes erkennen en durven toegeven is een sterkte op zich. Trouwens, ik word in plaats van een supervrouw dan wel een supermama. Ik kan het me (helaas) al helemaal voorstellen…

zondag 3 juli 2011

Filosofie

“In wa veur ne wereld leven wa na?” Het is zeker tien jaar geleden dat ik nog een aflevering van de onvolprezen VTM-reeks ‘De familie Backeljau’ gezien heb. Maar ik hoor het gezinsopperhoofd Cois Backeljau (meesterlijk vertolkt door Luk Wyns) nog altijd zeggen. Een simpel zinnetje uit de mond van een marginaal dat je met wat slechte wil onder de noemer banale toogklap zou kunnen klasseren, hoewel het eigenlijk een verdomd interessante, bijna filosofische vraagstelling is. Eentje waar ik tegenwoordig zelf mee worstel omdat ik- zoals je misschien nog wel weet- binnenkort een kind op die waanzinnige wereld ga zetten. En dat vooruitzicht stemt mij helaas meer dan mij lief is tot twijfel en bezorgdheid.

We hebben nog altijd geen regering, er blijven bommen vallen op Libië, er worden nog altijd een massa vrouwen verkracht in Congo, het stralingsgevaar rond de kerncentrale van Fukushima is nog steeds niet geweken, onze groenten zijn besmet met één of andere dodelijke bacterie, de aarde warmt rustig verder op, … Eén blik op het journaal en alle zwangerschapseuforie verdwijnt als sneeuw voor de zon. Want als de toestand nu al zo ernstig is, kan hij later- als mijn kind volwassen is- toch alleen maar hopeloos geworden zijn? Vroeger was het beter, zal tegen dan geen dooddoener meer zijn, maar een onontkoombare waarheid. En ik ben verantwoordelijk voor het feit dat mijn toekomstige zoon of dochter zich op zo’n totaal verklote planeet zal moeten handhaven. Mooi cadeau hoor, dat soort leven ‘geschonken’ krijgen.

Mmm, te veel nadenken is duidelijk niet goed voor een mens. Al is te weinig je kopje gebruiken ook weer gevaarlijk. Volgens mij moet je de zaken soms bewust zo extreem voorstellen, juist om te beseffen dat het vijf voor twaalf is… Maar! Vijf voor twaalf is geen twaalf uur. Het is nog niet te laat met andere woorden, er is nog hoop. En hoop doet leven. Doet nieuw leven leven. Filosofisch, hé?

dinsdag 28 juni 2011

Dingske?

Het voorbije jaar zijn er in Vlaanderen 132 kinderen geboren met deze naam. Honderd-twee-en-dertig! De zoekmachine van Kind en Gezin ontneemt me meteen alle illusies. De voornaam die we voor ons kind in gedachten hebben, is- hoe uniek we ‘m zelf ook vinden (of beter: vonden)- totaal niet origineel. Emma, Fien, Julie, Marie en Lore voor een meisje of Lucas, Alexander, Milan, Liam en Lars voor een jongen zijn dat nog veel minder. Maar onze voorkeur komt qua populariteit toch al verraderlijk dicht in de buurt van deze toppers.

Wat nu? Hoor ik u denken.Wel, volgens mij en mijn brein zijn er ruwweg twee mogelijkheden. Of we gokken dat er in de crèche en later in de school van ons nageslacht geen kinderen met dezelfde roepnaam terechtkomen. En dat er bovendien geen enkel bevriend koppel het nog maar in het hoofd haalt hun boreling zo te noemen. Of we nemen het lot in eigen handen en bedenken snel iets nieuws. Iets beters misschien. Maar wat dan? Ik heb een hekel aan Franse namen, verafschuw Vlaamse benoemingen en ben ook al niet te vinden voor Amerikaanse uitvindsels. Een Baptiste, Soetkin of Britney zal het dus niet worden. Ook bij pas bevallen BV’s en internationale celebrity’s valt er teleurstellend weinig te rapen. Vernoemingen naar fruit (Peaches), champagne (Piper), spijkerbroeken (Denim) of godbetert opa’s (Achiel), ik mag er niet aan denken. En ook een dubbelde naam (Diva Muffin) of een juniorversie van mijn lief (Frans Bauer Junior) zie ik hoegenaamd niet zitten.

Eigenlijk gaat het precies zoals bij het kiezen van een man: het is altijd makkelijker om te uit te leggen wat je niet wil dan wat je wel wil. Ik vrees dus dat het lezen, luisteren, schrijven, schrappen en twijfelen wordt tot aan de geboorte. En voor het zover is, houden we ‘t dan maar bij de fantasieloze werktitel van onze baby: dingske. Al wil ik liever niet weten hoeveel gelijknamige projectjes er op dit moment vorm krijgen.

zondag 19 juni 2011

Babymoon

Bij mij is elk excuus goed om op reis te gaan. Daar durf ik zelfs een doorzichtige verkoopstruc voor overnemen. “Schaaaaaaaaat! Wij moeten nog op babymoon!” “Euh? Op wat?” “Op babymoon! Koppels die getrouwd zijn, gaan op honeymoon. Koppels die een kind gemaakt hebben, gaan op babymoon. Zo simpel is het. Om de zwangerschap te vieren en nog even volop van elkaar te genieten voor hun leven onomkeerbaar verandert. Dussssss…” “Ja, liefje, geen probleem. Boek maar iets.” Ha, heerlijk zo’n man die maar half luistert. Diezelfde dag nog reserveer ik vliegtuigtickets en een hotel. Rome, here we come!

Al is het ondertussen Rome, there we went. Een geslaagd snoepreisje was het. Gevuld met véél romantiek, urenlange wandelingen, monumentale bouwwerken, spectaculaire uitzichten, pasta en pizza op indrukwekkende pleinen en ijs tot het onze oren uitkwam. Maar we hebben ook waanzinnig veel gepraat. Soms waren het hele banale gesprekken, soms hele boeiende en soms ook hele lastige. Alsof ik met deze trip een bepaalde periode wilde evalueren en afsluiten, zodat we met een propere lei aan een nieuwe konden beginnen. Mijn lief vond het maar niks, dat eindeloze gekwek, al die moeilijke vragen. Hij had er geen energie meer voor na al die kilometers, zei hij. (yeah right, voor vrolijk gefriemel in bed was hij anders nooit te moe!)

En toch ben ik blij dat ik hier en daar wat aangedrongen heb en dat er af en toe wat heftige discussies gevoerd zijn op onze fameuze babymoon. Want ik weet nu meer dan ooit dat het goed zit tussen ons. Dat ik onverdeeld blij ben met wat er is en met wat er nog gaat komen. En ik ben er zeker van dat deze trip hem ook gelouterd heeft. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar ik zie het aan de sprankeling in zijn ogen. En ik voel het aan de manier waarop hij me vastpakt. He’s my man, I’m his woman and there comes our baby.

zondag 12 juni 2011

Nestdrang

Keurig opgeruimde kasten, een vaas op tafel met verse tulpen en een symmetrisch gesnoeid tuintje. Ach, beetje perfectionistisch, licht autistisch misschien. Maar verder niks aan de hand. Wrong! Want daar blijft het helaas niet bij. Mijn lief moet te pas en te onpas zijn voeten vegen of ik hol als een bezetene achter hem aan om het weinige stof dat ie verplaatst heeft, onmiddellijk achter hem op te zuigen. Ik durf de laatste tijd ook al eens een cake te bakken. Met véél chocolade. En ik geniet ervan om de was te doen en die daarna in de tuin op het droogrekje te hangen. Komaan! Need- I- say- more? Ik heb het zitten. Nestdrang. Nu al.

Het begon nochtans allemaal vrij onschuldig. Met de aankoop van een nieuwe poef om precies te zijn. Omdat ie zo mooi zou passen in onze living, was de officiële reden. Maar de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat het ondertussen vooral een perfect accessoire is voor de couch potatoes die mijn lief en ik geworden zijn. Vroeger, toen ik nog een lege buik had, gingen we op vrije avonden uit eten, op café, naar feestjes,… (Ik meen mij te herinneren dat zoiets een ‘sociaal leven’ wordt genoemd.) Maar tegenwoordig zitten we samen voor de buis. Zo hebben we bijvoorbeeld geen enkele aflevering van Idool gemist. I do not kid you. Verder een glaasje wijn voor mijn lief, een beker thee voor ondergetekende en een poef dus voor onze vier benen. Meer hebben wij écht niet nodig om het weekend in te zetten.

En weet je wat het ergste is? Het deert me niet. Voor geen meter. Ik word er zelfs genant gelukkig van. Laat mij maar rustig de huisvrouw spelen. Laat mij dat nestje van ons maar gezellig inrichten en alles tot in de puntjes organiseren. Ik heb in het verleden meer dan genoeg het egoïstische feestbeest uitgehangen en ik zal het later ongetwijfeld opnieuw doen. Al moet ik tegen dan wel een goeie babysit zien te versieren. De poef voor hem of haar staat klaar alleszins.